Waarom aanplant geen garantie is voor vergroening
Blijf op de hoogte

We planten momenteel zóveel bomen dat je zou denken dat de vergroening vanzelf wel goed komt. Op papier klopt dat ook want ambities, aantallen, doelstellingen alles ziet er groen uit. Maar wie kritisch kijkt, ziet vaak iets anders. Te veel bomen slaan niet aan. En dat betekent weggegooide moeite, verspild geld en vooral verloren groen.

Vergroenen is niet hetzelfde als bomen planten. Vergroenen betekent dat bomen groeien. En daar gaat het nog veel te vaak mis. Slechte contracten, bomen die letterlijk begraven worden in plaats van geplant en beroerde nazorg zijn structurele faalfactoren. Want laten we eerlijk zijn het gaat toch niet om het aantal bomen dat je de grond in krijgt, maar om het aantal bomen dat er over decennia nog staat.

Ontwerp: functie vóór vorm

Elke te planten boom ontkiemt op de tekentafel. De ontwerper vult de groene ruimte, daarbij moeten eindbeelden worden bedacht, maar vooral ook functies worden vastgelegd. En bomen kunnen veel meer dan er mooi uitzien. Ze vangen fijnstof af, zorgen voor schaduw, verkoeling, biodiversiteit en waterbuffering. De laatste jaren hechten we er ook veel waarde aan dat bomen zolang ze leven koolstof vastleggen.

In mijn ideale wereld bepaalt de ontwerper de te vullen ruimte en de functie, niet meteen de soort. Eerst komt de vraag, wat moet deze boom hier doen, wat is de reden dat we een boom willen planten?  De juiste boom op de juiste plaats, voor de juiste reden.

Platanus met eeuwige ontwerpleeftijd te Gent

Platanus met potentieel eeuwige ontwerpleeftijd te Gent, België

 

Hierbij kan ook de ontwerpleeftijd betrokken worden, hiermee bepaal je op basis van beschikbaar groeiplaatsvolume, realistische toekomst perspectieven.

Parralel loopt het volgende vakwerk, hoe kan de groeiplaats ingericht worden en met welk sortiment voldoen we aan de randvoorwaarden van het ontwerp. Hierbij dient ook de ontwerpleeftijd getoetst te worden. Dat vraagt om specialisten. Een ontwerper die alles zelf “even meepakt” is als een oude radio-cassetterecorder met platenspeler. Alles zit erin, maar niets werkt écht goed.

 

 

Groeiplaats: stop met halfslachtig geknutsel

Groeiplaatsen bevinden zich bij voorkeur in een open bodem. En als dat niet kan, kies altijd voor de kwaliteit van groei over de volledige ontwerpleeftijd. Ik word steeds minder enthousiast van creatieve groeiplaatsoplossingen die vooral op papier werken. Met name bij bomengranulaten zie ik te weinig goede hergroei. Niet omdat het materiaal per definitie slecht is maar omdat het vaak verkeerd wordt toegepast.

Hier raken we de kern en dat is contractvorming.
De civieltechnische aannemer moet verdichten, want de verharding mag niet zakken. De boom komt in een ander contract terecht. Het resultaat? Een boom die de periode van aanslaan overleeft, maar daarna vastloopt in een ondoordringbare groeiplaats. Wortels kruipen vlak onder de verharding, veroorzaken verhardingsopdruk, worden weggehaald, en na een paar jaar begint de boom, veel te jong, achteruit te groeien. Dat noem ik falen, een jonge boom hoort niet minder te gaan groeien. Punt. Met simpele middelen, zoals het inzetten van een LWD-meter tijdens de aanleg, is te zware verdichting prima te voorkomen. Maar dan moet je het willen én regelen.

Platanus in bomengranulaat met voornamelijk hoog ontwikkelde beworteling

Platanus in bomengranulaat met voornamelijk hoog ontwikkelde beworteling

Bescherm groeiplaatsen beleidsmatig. Leg beschikbare doorwortelbare ruimte digitaal vast. Heeft een groeiplaats de potentie voor eeuwig groeiruimte te bieden, claim de groeiplaats en leg deze ook in je bestemmingsplan vast. En móét je knutselen? Ga dan voor oplossingen die de natuur zo dicht mogelijk benaderen. Een goed ontworpen boombunker benadert een bosbodem nog het meest, mits je ook de natuurlijke voedselkringloop faciliteert.

 

Slecht resultaat? Dan krijgt de boomkweker de schuld

Dat is te makkelijk. Om geleverde kwaliteit te borgen heb je de plicht om de boom bij levering te keuren. Het keuren van bomen is lastig, omdat je werkt binnen de marges van de natuur. Dat maakt het minder overzichtelijk dan het kopen van een auto. Toch zie ik zelden écht slechte kwekerijbomen. De grootste problemen ontstaan later door slecht plantwerk.

Boomkwekers hebben belang bij een goed product. Een boom is geen industrieel product. Een boom kent een langjarig productieproces van zes jaar of meer voor dat deze geleverd wordt, daar past een langjarige klantrelatie het beste bij. Zo kun je bomen op contract laten kweken om zeker te zijn van langjarige levering. Want wie rare soorten of aantallen vraagt, moet niet verbaasd zijn over rare antwoorden. Ga je als afnemer altijd voor het goedkoopste kun je het product verwachten wat je verdient.

Populus op kwekerij met potentieel foute stam lengte verhouding

Populus maat 12-14 op boomkwekerij waarbij overschrijding van stam-lengte verhouding 1-35 een reëel risico is 

Boomkwekers weten ontzettend veel van hun product en kennen de eigenschappen van een boom in de jeugdfase als geen ander. Boomspecialisten zien wat er gebeurt in de daarop volgende fasen en kunnen die kennis bij de soortkeuze goed toepassen. Vooral werkelijke kroonvolumes zijn boomspecialisten goed bekend. Breng die kennis samen. Dáár ontstaat een realistisch eisenpakket wat waardevol is voor de ontwerper.

Wat ik graag als eis wil opnemen in kwekerij contracten zijn strengere eisen tegen insleep van ongewenste boomgasten. De bacterie Xylella fastidiosa die in Zuid Europa alom aanwezig is en waarvoor meer dan 300 boom- en plantensoorten gevoelig zijn met soms dramatische gevolgen is een reëel risico. Gezien de veelvuldige kwekerijhandel met zuid Europa stellen we wat mij betreft als eis dat bomen minimaal drie groeiseizoenen in Nederland hebben doorgemaakt voordat ze geleverd worden.

 

Contractvorming: betaal voor groei, niet voor aantallen

Hier zit misschien wel de grootste sleutel tot succes. Een bestek waarin staat dat er 100 bomen geplant moeten worden, nodigt uit tot precies dát: 100 bomen planten en wegwezen. Een bestek waarin staat dat 100 bomen moeten aanslaan en doorgroeien, verandert alles. Dit is een uitdaging voor de frequentieplanters en een kans voor de kwaliteitsplanters.

De voorwaarden die hiermee gepaard kunnen gaan zijn:

  • minimaal drie jaar nazorg (en bij voorkeur vijf jaar in stedelijke situaties);
  • een toetsbaar resultaat, jaarlijkse toename van de gemiddelde scheutlengte, inclusief de top per boom;
  • herstart van de nazorgperiode in geval van inboet.

Leg het risico neer waar het hoort. Dat is geen straf voor aannemers, maar juist een kans om vakmanschap te laten zien. En alsjeblief neem in het contract op dat bij oplevering alle hulpmiddelen en (plastic) gietranden verwijderd worden. Nog beter stel eisen aan een milieuvriendelijke plantwijze om de hoeveelheid plastic meuk bij aanplant te verminderen.

 

Plantwerk: bomen planten is iets anders dan begraven

Dit is misschien wel de grootste faalfactor. Bomen worden ontstellend vaak structureel te diep geplant. Je zou bijna kunnen stellen hoe zandiger de bodem en des te meer de achtergrond van de planter zich in de hovenierswereld  bevind des te dieper gaat de boom de grond in. Een linde is bijna onverwoestbaar tot je ’m tien centimeter te diep zet. Dan is de kans groot dat hij het niet redt.

Plant niet in verzadigde bodems. Werk niet in de regen. Spit groeiplaatsen alleen als het vanwege verdichting nodig is en blijf boven de hoogste grondwaterstand. Werk bodemverbetering bij voorkeur maanden van tevoren in. Verse compost hoort niet in het plantgat. Groenbemesters vooraf? Fantastisch. Dat is investeren in bodemleven.

 

Te diep geplante Prunus

Overduidelijk te diep geplante Prunus

 

Snoeien is bij planten een gevoelig onderwerp. Mijn ervaring is dat het beperken van het verdampende vermogen van snel groeiende soorten én eiken de aanslag vergroot. Het is dan wel van belang de kronen niet open te knippen maar zoals op de kwekerij het bladvolume vanaf de buitenzijde tot 25% te beperken. Een interessant praktijk onderzoek laat de voordelen hiervan ook zien.

 

 

Nazorg: techniek helpt, aandacht redt

Nazorg is geen sluitpost. En sensoren zijn geen vervanging voor vakmensen. Een vochtsensor geeft informatie van een meetpunt. Meer niet. Wie blind vaart op data zonder veldcontrole, kan volledig gecontroleerd de mist in gaan.

Goede nazorg betekent kijken, voelen, ruiken. Ziet de boom er vitaal uit? Kun je een grondbal knijpen zonder dat het water eruit loopt? Ruikt de bodem naar bosgrond? Dan zit je goed. Gele bladeren, slappe kroon, stinkende natte bodem? Dan gaat het mis.

 

Nazorg door burgers in Londen

Nazorg in Londen uitgevoerd door burgers is geweldig voor betrokkenheid, vergt juiste communicatie én controle

Water geven moet behoefte gestuurd zijn. Niet volgens een kalender. Niet uit gewoonte of volgens een bestek gedicteerde frequentie. Hierbij hebben particulieren de neiging bomen dood te knuffelen door dagelijks de beregeningsinstallatie aan te zetten.

 

Eindresultaat: het kan wél

Internationaal worden uitvalspercentages van 25 tot zelfs 50% geaccepteerd. Dat vind ik schokkend. Mijn ervaring is dat bij goed uitgevoerd plantwerk uitval rond de 2% ligt. Het verschil zit niet in geluk, maar in keuzes: ontwerp, groeiplaats, contracten, plantwerk en nazorg.

Als we in het voortraject beter durven sturen, en het risico van uitval daar neerleggen waar het thuishoort, dan ben ik ervan overtuigd dat we niet alleen meer bomen planten maar vooral meer bomen laten groeien.

Wil je een bericht ontvangen als een nieuwe blog is geplaatst? Meld je hier aan.

Blijf op de hoogte
Reacties niet mogelijk
Deze website maakt voor een optimale werking gebruik van cookies. OK Toestaan Weigeren Lees voor meer informatie onze privacyverklaring privacy Cookie instellingen Dit veld is niet ingevuld De ingevulde tekst is te kort De ingevulde tekst is te lang