Blijf op de hoogte

Met veel zelfgenoegzaamheid kondigen diverse overheden aan dat er duizenden, nee soms wel miljoenen bomen geplant gaan worden. Allemaal maatregelen die hard nodig zijn want we beseffen inmiddels maar al te goed dat er geen leven voor de mens is zonder bomen. Nu is het planten van een boom een buitengewoon onnatuurlijke bezigheid. Reden temeer om met plantmateriaal zorgvuldig om te springen en een streng nazorg regiem te hanteren zodat bomen ook kunnen uitgroeien. Dat dit in de praktijk nog wel eens slecht uitpakt, wordt vooral duidelijk nu we onze derde droge zomer hebben beleefd. Laten we waken dat investeren in de aanplant van bomen geen hopeloze zaak wordt!

Door bomen aan te planten stappen we met zeven mijls passen over allerlei evolutionaire processen. Bijvoorbeeld het proces waarbij pionier boomsoorten met licht gewicht zaad, berk, wilg, populier zich in een gebied vestigen en de bodem voorbereiden voor de kieskeurige boomsoorten met hun zware zaad zoals eiken en beuken. Deze natuurlijke processen duren vele, vele jaren waarbij de bodem zich ontwikkeld tot een complexe samenwerking vol omzettingsprocessen en bodemleven voor de organismen die het hoogst in de evolutie staan: ‘De mens?’ Nee: BOMEN.

Vaak in een militaristisch ritme worden bomen vanaf ongeveer vijf centimeter stamdoorsnede in de stedelijke omgeving aangeplant, in bossen en bosschages vaak kleine maten zoals tweejarig plantmateriaal. Het militaristisch plantritme is in deze niet persé een probleem maar een goede kwekerijboom en optimale bodem is wel de eerste noodzakelijke stap tot succes. Kwekerijen bereiden de bomen op de beste manier voor door de wortelpruik met regelmaat rond te steken. De bodem wordt optimaal gehouden en voorziet maximaal in alle behoeften van de boom, waarbij kwekerijen zich steeds meer realiseren dat kwaliteitsbeplanting niet ontstaat vanuit geforceerde groei door met voedingsstoffen overvoerde beplanting, maar gebaat is bij een goede bodembalans met bijbehorend bodemleven. Het kweekproces is erop gericht een gezond groeiende boom met een compact doorwortelde kluit te realiseren. Tot zover is er niets aan de hand en is het kweekproces in goede handen. In heel Europa zijn de Nederlandse kwekers dan ook bekend om hun uitstekende opengrond teelt technieken. Eigenlijk moeten we heel blij zijn met kwekers, deze stellen je in staat om tijd te kopen. Kwekers hebben maten staan met een stamdiameter tot wel 50 cm, hoewel deze bomen in wezen niets anders zijn dan een éénjarige loot, koop je hier wel al die jaren dat de boom heeft staan groeien. Waar kun je dat nou nog meer zeggen dat je tijd kunt kopen!

Terugkijkend naar de evolutionaire stappen speelt de nieuwe omgeving een doorslaggevende rol voor het succes van de aanplant van de kwekerijboom. In die nieuwe omgeving spelen bovengrondse en ondergrondse invloeden ieder hun eigen rol. Ik wil hier niet ingaan op de bovengrondse invloeden, lees hiervoor mijn blog over zonnebrand terug, welke een klein deel van de bovengrondse uitdagingen weergeeft. Ondergronds ligt ook zeker een belangrijke sleutel tot succes. De bodem waarin de boom komt te staan, dient voldoende zuurstof, bodemleven, samenstelling en structuur, voedingsstoffen en vocht bufferend vermogen te bevatten. Ik zou hierbij willen streven om de boomsoorten keuze zoveel mogelijk aan te passen aan de ter plekke aanwezige bodem. Is die bodem ongeschikt dan kan bepaald worden wat nodig is om de groeiplaats op te waarderen tot het niveau wat noodzakelijk is voor de meest geschikte boomsoorten. Lukt opwaarderen ook niet, pas dan zou het aan de orde moeten komen om bodem uit te wisselen voor geschikte groeimediums. In de stedelijke omgeving is dit helaas regelmatig noodzakelijk gezien de samenstelling van de bodem welke vaak een mix is van vernacheld bodemleven, verdichting, vervuiling en vermenging met uiterst schrale zandige bodems. Als je in de stedelijke omgeving in een groeiplaats investeert doe het dan ook goed en richt een groeiplaats in die qua bodem het meest overeenkomt met een bosbodem van de gekozen soorten.

Okay, de bodem is helemaal picobello en dan komt het volgende evolutionaire zevenmijls stap; het planten van de boom. De grootste fout die het merendeel van de mensen maakt, is dat ze een boom begraven in plaats van planten. Vooral op zandgronden is de mens, zelfs de vakmatig getrainde,  geneigd om bomen té diep te planten. Als je garantie wilt hebben dat de boom dood gaat moet je beginnen om deze te diep te planten. Gelijke diepte aanhouden als op de kwekerij is dé manier om een boom te planten. Geen organisch materiaal zoals zoden in het plantgat erbij stoppen, één of meerdere boompalen plaatsen die de boom nog bewegingsruimte geven. Eventueel direct water geven na de aanplant heeft vaak ook een positief effect en dan is het aanplant gedeelte goed afgesloten. Helaas zie ik bestekken die deze handelingen tot in den treure op detailniveau hebben beschreven en dan de nazorg zo slecht regelen dat de boom na het eerste jaar al het loodje legt door water gebrek.

Ondanks dat een compact wortelgestel prima in de kwekerij is voorbereid, zal de geleverde boom slechts 20% van de wortels hebben ten opzichte van de situatie in de kwekerij. Zijn vochtopnemende vermogen is dus drastisch verkleind en daarom moet de boom geholpen worden met extra watergiften. Dit dient niet ritmisch of in een kalender gestuurde frequentie te gebeuren maar de watergeef behoefte dient ter plekke in het veld vastgesteld te worden. Uit de praktijk blijkt dat een doorsnede aanplant maat doorgaans drie jaar nodig heeft om van extra water te worden voorzien. Zeker met de huidige zomers is in het derde groeiseizoen nog steeds grote behoefte aan extra water giften. Zo is het niet ongebruikelijk dat in de loop van drie jaren tot wel 26 watergeef beurten nodig zijn. Veelal in een afnemende frequentie, van globaal 12 in het eerste- naar 8 in het tweede- en nog 6 stuks in het derde jaar. Bij het planten van bomen is contractvorming van wezenlijk belang voor het succes. Neem in contracten garantie op hergroei op zodat een beplanting na minimaal drie, of nog beter na vijf jaar, vitaal opgeleverd moet worden waarbij de bomen gedurende de jaren na aanplant gemiddeld een toenemende scheutlengte laten zien. Hiermee wordt het de uitdaging van de boomverzorger/groenaannemer om de aanplant tot een succes te maken waarmee de vakmatigheid uitgedaagd wordt. Op deze manier zit er geen perverse contract-hiaat-prikkel in het werk maar een positieve stimulans om bij te dragen aan het vergroenen van onze stedelijke omgeving.

Wil je een bericht ontvangen als een nieuwe blog is geplaatst? Meld je hier aan.

Aanmelden mailinglijst
Deze website maakt voor een optimale werking gebruik van cookies. OK Toestaan Weigeren Lees voor meer informatie onze privacyverklaring privacy Cookie instellingen