Blijf op de hoogte

Eigenlijk zijn alle bomen goed en is er geen één foute boom en toch kan ik het niet langer meer onderdrukken; wat zijn er toch afschuwelijke boomsoorten die ons landschap geen toegevoegde waarde opleveren. Hierbij een verhaspeling van de mening van een vooringenomen bomenliefhebber, juist mijn ‘bescheiden’ mening over foute bomen.

Wat is nou fout? Als ik het over muziek heb, kun je al snel foute muziek benoemen: bijvoorbeeld Boney M. met Ma Baker is behoorlijk fout. Hebben we het over auto’s dan is de Subaru WRX STI toch ook wel een auto waar je niet in gezien wilt worden. Fout kan zelfs een cult op zichzelf worden. Ik ga me dan ook niet op het gladde ijs van de Toppers bevinden. Wie weet ben je zelf een fervent bezoeker van dit mega muziek festijn of draag je met kerst een hele foute kersttrui. Ga vooral je gang.

Maar toch zijn er ook foute bomen. Ik denk dat mijn eerste gevoelens over foute bomen zijn ontstaan in de periode dat ik in mijn vrije tijd bij een boomkweker werkte. Dit was in de tijd van de heidetuintjes, over foute periodes gesproken. De heidetuintjes werden gedomineerd door de heidesoorten Erica en Calluna met daartussen Skimmia en Azalea en als boom de  slangenden of apenbroodboom, Araucaria araucana. Getverderrie wat kreeg ik een hekel aan dat kreng want de bladeren, nee eigenlijk de schubben van de boom beschadigden je huid als je eraan kwam, gevolgd door een melkachtige substantie die plakt als de neten en je hele kleding verruïneerde. Irritaties van je huid tot gevolg maar vooral ook een diepgewortelde hekel aan de slangenden. De boom koste op de kwekerij destijds 1 gulden per cm lengte wat ik weggegooid geld vond. Ik heb de slangenden pas weten te waarderen toen ik de boom als volwassen exemplaar in Zuid Engeland in een laan zag staan, de truttige en plastic uitstraling van de boom was er toen vanaf en het formaat maakte indruk op me, sindsdien ben ik  wat milder geworden over de slangenden.

In diezelfde periode hebben we meer moderne hagen aangeplant, niet meer de traditionele liguster- of meidoornhagen maar de altijd groene coniferen hagen. Nu vind ik coniferen sowieso erg dicht bij plastic staan vanwege hun immer onveranderende uiterlijk. Eigenlijk net als de laurierkers, Prunus laurocerasus. Tjonge wat hebben we met zijn allen zitten slapen toen deze struik  geïntroduceerd is. Over plastic gesproken;  deze ‘boom’ staat wat mij betreft het dichtste bij plastic en  een verkooppunt van de laurierkers zou niet misstaan bij de Action.

Maar nee het kan nog erger, de Boney M. onder de bomen is voor mij de gele conifeer. Neem nou de Thuja orientalis ‘Aurea’! Als je mij echt wilt kwetsen dan zou je zo’n boom op mijn graf moeten plaatsen. Niet dat ik van plan ben binnenkort dood te gaan, al weet ik überhaupt niet of ik begraven wil worden, maar het gaat mij even over de beeldspraak.  Wat een monsterlijke boom!,  Naarmate deze conifeer in een stedelijke omgeving staat, is het nog enigszins te verkroppen zodra deze in het buitengebied staat, komen mijn haren recht overeind te staan. Degene die mij kennen weten dat ik ook hier, door aan mijn haren te refereren, me bedien van beeldspraak.

De volgende zelfs complete groep welke als foute bomen  te benoemen zijn, komen uit de periode van de bolbomen die we hebben gehad. Dit was eind jaren ’80 dé populaire boomvorm in een tuin. Je moest wel een deskundige zijn om ze te kunnen planten want zowel bovenzijde met takken als onderzijde met wortels lijken verrekte sterk op elkaar. Waren ze geplant dan was het resultaat een rij met in de grond geplaatste grote wc borstels het beeld. Maar neem je nou de bolacacia, Robinia pseudoacacia ‘Umbraculifera’ als voorbeeld dan zie je juist als je deze niet jaarlijks snoeit door alle takken af te knippen maar juist door te laten groeien een prachtig grillig stam- en kroonbeeld.

Vaak heb ik het idee dat veel van deze knutselbomen zijn ontstaan in Boskoop. Dit in de tijd toen Boskoop nog ons nationaal bomencentrum was, een positie die ze in mijn beleving niet meer bekleden. De bonte wilg, Salix integra ‘Hakuro-Nishiki’ op stam is zo’n boom die de term boom eigenlijk niet waard is. Sowieso is de term boom in Boskoop een rekbaar begrip omdat ze daar zelfs een rhododendron een boom noemen. Maar de bonte wilg is een stok met daarop en kermisachtige verschijning aan bonte bladeren. Een ander voorbeeld van een knutselboom is de bonte Noorse esdoorn, Acer platanoides ‘Drummondii’. Een soort die blijkbaar in Stirling Schotland is ontwikkeld. Een bontbladige boom die de sterke neiging heeft om onze nietige positie in de wereld van de veredeling te bevestigen. Oftewel de boom doet wat hij lekker zelf wil en trekt zich niet zoveel aan van het geknutsel met zijn uiterlijk. Wat je typisch bij deze soort ziet, is dat er tussen de bonte bladeren die een sterke crème gele rand bezitten spontaan willekeurig op stam, takken en twijgen groene delen ontstaan. De groei van deze groene bladeren is veel sterker omdat hier meer bladgroen in  aanwezig is en meer assimilatie wordt gegenereerd en dus de fabriek beter voorziet van productie middels groei. Wat je ook blijft snoeien,  naarmate de jaren verstrijken verschijnt er meer en meer groen en worden we terug op onze plek gezet, wie is hier nou eigenlijk de baas? Een verschijnsel wat overigens ook waar te nemen is bij de goud iep, Ulmus x hollandica ‘Wredei’ en bij de driekleurige rode beuk, Fagus sylvatica ‘Purpurea Tricolor’.

Maar ook in de meer moderne tijden hebben we onze eigen geselboomsoorten. Luister, ik wil op geen enkele manier discrimineren en ben groot pleitbezorger voor diversiteit maar leg mij in hemelsnaam eens uit wat we met honderden jaren oude olijven in bakken moeten? Het getuigt van disrespect voor de leeftijd van de boom maar deze soort laat ook zien dat het nog net effe te koud is in Nederland, ik zeg niet dat het toekomstige klimaat niet geschikt is maar voor nu zie ik vooral teleurstellende resultaten. Daarbij is een afschuwelijk risico dat we de voor veel boomsoorten levensbedreigende bacterie Xylella meeslepen uit Zuid Europese landen waar deze bomen voor onze genoegdoening gerooid worden. Vaak zie je een dikke grillige stam die in een bak is geperst waar nog net een paar emmers grond omheen kunnen worden gestort. De kroon is een paar jaar voor het ‘verplanten’ bovengronds geamputeerd en door de enorme groeikracht van de boom zie je nog wel veel scheutgroei hierop ontstaan. Meestal is dit mediterrane scheutgroei want als ze eenmaal in ons Nederlandse klimaat staan, is het gedaan met de groei, deels vanwege klimaat maar ook vaak vanwege de boven- en ondergrondse amputaties. Voor deze boomsoort geldt als je een pizzeria hebt met een patiotuin dan is dit een fraaie sfeermaker en voor alle overige gevallen zou je met respect deze bomen in hun land van herkomst moeten laten groeien. In dit rijtje en huidige tijd past ook de palm, zelfde laken en pak. Er zullen best wel winterharde palmen zijn maar is dit nou echt een sieraad?

Foute bomen, er zijn er een heleboel te benoemen maar mooie en goede bomen gelukkig des te meer!

Wil je een bericht ontvangen als een nieuwe blog is geplaatst? Meld je hier aan.

Aanmelden mailinglijst
Deze website maakt voor een optimale werking gebruik van cookies. OK Toestaan Weigeren Lees voor meer informatie onze privacyverklaring privacy Cookie instellingen