Blijf op de hoogte

Ik heb de overtuiging dat bomen hun eigen soort gebonden karakter hebben, een niet meetbare waarde die je vooral moet ervaren. Gelukkig kan ik mijn vooringenomen mening over bomen uiten zonder dat ik daarmee discrimineer. Maar zonder op de gevoeligheid van menselijke karakters te willen staan zie ik opmerkelijke overeenkomsten tussen boomsoorten en mensen. Eén tip neem deze blog vooral niet te serieus!

Ik ervaarde het al toen ik nog dagelijks als boomchirurg in bomen klom, zat ik in een eik dan was ik permanent mijn D-haken aan het controleren of ik ze wel dicht had gedraaid. “Dicht draaien?” zal de huidige klimmende boomverzorger zich afvragen. Ja de belegen generatie spreekt: toen we begonnen met lange lijnen te klimmen hadden we stalen haken en die draaide je dicht om te borgen. De eik voelt ongelofelijk stevig met een starre kroon maar gaf mij ook het gevoel dat hij het prima zonder me kon en me, zodra mogelijk, zou laten vallen. Ik spreek in het geval van eik ook over de mannelijke vorm: hij. De eik is voor mij een man. De eik is een degelijke boomsoort, een beetje zoals mensen uit Friesland. Een authentiek nuchter en eigenzinnig karakter die graag onder soortgenoten verblijft.

De eik van Doornenburg noest en onverwoestbaar

De eik van Kasteel Doornenburg, noest en onverwoestbaar

 

De linde daarentegen voelt voor mij als een dame die me nooit zal laten vallen. De linde geeft me veel vertrouwen, misschien wel teveel want ik heb mezelf er regelmatig op betrapt dat ik juist in de linde nonchalant werd omdat de linde me zoveel vertrouwen gaf. Een linde met haar heerlijk geurende bloesem en flexibele takken is voor mij altijd al een vrouwelijke boom geweest ondanks dat ‘ze’ tweeslachtig is. Eigenlijk is de linde een beetje wat Limburgers zijn een lieflijke bevolking met een zachte taal. Een provincie waar je heerlijk bourgondisch verblijft en kunt genieten van het prachtige landschap. Met bewoners die ook wel de neiging hebben om met de wind mee te waaien, en dan uit beleefdheid ja zeggen maar toch nee doen. Iets wat ik ook bij de linde terug zie, heel lang meebuigen.

Linde op paleis Het Loo een lieflijke overweldigende dame

Linde op paleis Het Loo een lieflijke overweldigende dame

 

De populier is een boom die op mij als een bullebak overkomt. Aan de kant, want ik moet groeien en vlug een beetje! Als ik aan populier denk dan zie ik vooral de Brabanders voor me, niet zeuren maar doorgaan. Was het Brabantse landschap met de gemengde agrarische bedrijven eerst nog als een ratelpopulier die lekker relaxed ratelt in de wind. Nu is die populier samen met de grootschalige boerenbedrijven steeds meer overgegaan naar de kloon: Canada populier Populus x canadensis ‘Robusta’ in het Brabantse dialect hebben we voor deze populier zelfs onze eigen benaming hiervoor: Cannadassen. Bomen die snel groeien met een korte levensduur. Bij optimale houtproductie kappen en verder met de nieuwe generatie. Nu zie ik zowel de noodzaak van de populier als de noodzaak van de boer in ons landschap, waarbij in mijn optiek het doorbreken van monoculturen voor beide noodzakelijk is. En met carnaval? Dan zijn de Brabanders kleurrijk als Albizia bloesem, zeker in combinatie met bier.

Populus x canadensis Marilandica wel een duurzame bullebak

Populus x canadensis Marilandica wel een duurzame bullebak

 

De boomhazelaar is een boom waar je niet van op aan kunt, een boomsoort met een ronduit onbetrouwbaar karakter. Het is de boomhazelaar die jaren kan groeien en dan ineens zonder aantoonbare reden de brui eraan kan geven en afsterft. Ik heb nog nooit de reden van dit gedrag kunnen doorgronden, het lijkt wat in de beperkte weerbaarheid en conditie van de individuele bomen te liggen maar duidelijke redenen aangeven kan ik niet. Ik ga hier maar even geen synoniem met een bevolkingsgroep trekken aangezien ik mensen als gevoelige wezens acht ondanks hun soms geheel ongevoelige voorkomen.

Boomhazelaar mooi maar onbetrouwbaar

Boomhazelaar mooi maar onbetrouwbaar

 

Denkend aan de iep kom ik direct op de Amsterdammer uit. Natuurlijk, want Amsterdam is ‘De Iepenhoofdstad van de wereld’. Gek eigenlijk, ik wist helemaal niet dat daar nominaties voor waren! Kan iemand mij helpen om de provincie Drenthe te nomineren voor eikengouvernement van Europa met op de gedeelde tweede plek Overijssel en Brabant?

Iepen horen onlosmakelijk bij Amsterdam. Een boom die zich vooral erg makkelijk in het stedelijk klimaat weet te handhaven en weinig kritisch is op zijn omgeving. De iep voelt zich dan ook erg thuis in Amsterdam en laat zich niet zomaar door de stedelijke dynamiek wegpesten. Laat ik dat nou ook aan Amsterdammers merken, een 12 jarige daagt je uit door een grote bek op te zetten omdat ik toevallig op zijn fietspad wandel, ondanks dat ik boven de puistige puber doorgaans 50 cm bovenuit toorn. Misschien dat de volwassen Amsterdammer nog iets van de flexibiliteit van de iep kan leren. De Amsterdammer beschouwd alles buiten de stad als provincie en een reis naar het midden van het land is een wereldreis als naar de rimboe. Laat juist de iep zich overal thuis voelen beste Amsterdammer. Heb je eenmaal een goede groeiplaats voor de iep gerealiseerd dan zal hij je trouw blijven en dat kenmerkt de Amsterdammers, die loyaal aan je zijn, ook.

Fladderiep in het Amsterdamse Bos een makkelijke brutale groeier

Fladderiep in het Amsterdamse Bos een makkelijke brutale groeier

 

Ik ben opgegroeid met de tekenfilms van Calimero. Een verongelijkt kuikentje met een halve eierschaal op zijn hoofd, zijn meest bekende uitspraak: “Zij zijn groot en ik is klein en d’as niet eerlijk, o nee”. Voor mij is de Calimero onder de bomen toch wel de meelbes. Een boom die soms gezond maar meest fragiel met een wat smoezelig uiterlijk overkomt. Zet deze boom, of moet ik grote struik zeggen, in de schaduw van andere bomen en je hoort de meelbes al piepen. Het is altijd wat met de meelbes, snoei je de boom dan sterven bastdelen af, graaf langs de wortels en hij zakt scheef en zit de leeftijd de meelbes niet dwars dan is er altijd wel een andere vage reden waarom de meelbes aanleiding ziet om het op te geven. Het is nooit onbezorgd met de meelbes. Kent u ook mensen met het Calimero complex in uw omgeving die zich altijd tekort gedaan voelen? Ik wel, maar u begrijpt dat ik die hier niet ga noemen, ik wil namelijk niemand tekort doen.

Meelbes links, het is altijd wat

Meelbes links, het is altijd wat

 

Elke keer als ik in Den Haag in het veld werk valt het me op hoe vriendelijk, bijna dorps, de mensen daar zijn. De meeste wandelaars groeten je en wensen je een goedemorgen, dit is zo vertrouwd dat ik me  helemaal thuis voel alsof ik in Mill aan het wandelen ben. Ze stellen vaak ook oprecht geïnteresseerde vragen zonder mij als vertegenwoordiging van de gemeente te zien en ik degene ben die vandaag is uitgepikt om hun probleem op te lossen.  Dit sociale gedrag, maar ook wel het chique, zie ik terug in de paardenkastanje, een boom met een koepelvormige kroon die je bescherming bied maar ook een fraaie bloesem die niet protserig is, maar vooral sierlijk. Dat in Den Haag zoveel paardenkastanjes staan is dan ook niet verrassend,  de paardenkastanje symboliseert voor mij het karakter van de Haagse bevolking.

Postzegelboom Den Haag beschermend en chique tegelijk

Paardenkastanje Den Haag beschermend en chique tegelijk

 

De overheersingsdrang van de berk is bewonderingswaardig maar het is daarbij ook een angsthaas. Je kunt een ruïne of een natte dakgoot hebben die net even niet genoeg wordt schoongemaakt en wie groeit daar als eerste in? Juist, de berk. Een boom die hoe krap dan ook zijn weg weet te vinden en middels zijn lichte zaden succesvol weet te verspreiden tot op de meest droge gronden en heidevelden. Maar o wee, als er een periode van droogte komt is de berk de angsthaas die zijn bladeren afgooit, vooral op die plekken waar ze aangeplant is, en legt daarbij ook nog eens het loodje. De berk past een beetje in het rijtje van criminelen, ze gedijen het beste op die ruimte die niet voor ze is bedoeld en als het ze te heet onder de voeten wordt vertrekken ze.

De berk angsthaas die het aflegt als het teveel wordt

De berk angsthaas die het aflegt als het teveel wordt

 

De Japanse sierkers is een boom die eigenlijk compleet overdone bloeit, doe eens effe rustig denk ik dan als ik de Prunus serrulata ‘Kanzan’ zie bloeien. Mooi voor een paar dagen maar de rest van het jaar verdwijnt de boom als onzichtbaar in de omgeving. In het verleden, rond de jaren ’70 en ’80, had je nog wijken die overladen werden met Rosaceae, oftewel bijna allemaal bloeiende bomen. Bomen die zich kort bewijzen en de rest van het jaar er maar wat troosteloos bijstaan. Het zijn eigenlijk de kermisexploitanten onder de bomen die in een dorp slechts een paar dagen per jaar in de schijnwerpers staan.

Japanse sierkers de kermisexploitant onder de bomen

Japanse sierkers de kermisexploitant onder de bomen

 

Bomen en mensen hebben meer met elkaar gemeen dan je in eerste instantie zou bedenken. Dat wij bomen als levende wezens moeten zien met respect voor ieder zijn  eigen karakter wordt mij elke dag duidelijk gemaakt. En wij mensen? Misschien lijken wij meer op bomen dan we denken. Welke boomsoort past het beste bij jouw karakter?

 

Wil je een bericht ontvangen als een nieuwe blog is geplaatst? Meld je hier aan.

Aanmelden mailinglijst
Deze website maakt voor een optimale werking gebruik van cookies. OK Toestaan Weigeren Lees voor meer informatie onze privacyverklaring privacy Cookie instellingen