Blijf op de hoogte

Dagelijks worden we doordrongen van het feit dat we anders met onze aardbol moeten omgaan. Vingerwijzen is maar wat makkelijk en ik durf dan ook wel toe te geven dat ik in consumerend gedrag weinig afwijk van de gemiddelde Nederlander. Neemt niet weg dat ik van deze gelegenheid gebruik wil maken onze kijk op gevallen bladeren en dode takken te reflecteren en wil proberen de waarde van een ‘gebrek’ in te laten zien. Dit allemaal in het kader van ‘alle beetjes helpen’.

Vastgeroeste gewoontes zijn het moeilijkst te keren, laat ik niet de psycholoog uithangen maar me beperken tot mijn vakgebied, bomen. Neem nou het winterklaar maken van de tuin. Een term die  lijkt af te stammen uit vervlogen tijden van weleer waarbij de maakbare wereld leidend was in ons denken en doen. Het winterklaar maken van de tuin betekent voor mijn gevoel dat we afgeworpen blad verwijderen, uitgebloeide planten afknippen, bomen snoeien en alles wat niet in de tuin is aangeplant meedogenloos verwijderen. Oftewel alle stuiptrekkingen die natuur heten uit je tuin verwijderen want alles wat moeder natuur vanzelf doet en niet past in onze tuinbeleving dient immers te worden geëlimineerd. Al snel kom je dan op het ultieme instrument van de winterklaarmaakterreur en dat is de bladblazer. Het zijn voornamelijk mannen die dit apparaat bedienen en je ziet ze als een soort Goliath met hun bladblazer in het openbare groen en door tuinen swaffelen. Een vaststelling is dat de bladblazer niets opruimt maar vooral verplaatst, het zou dus positief zijn als dit apparaat wordt ingezet om bladeren naar de ruige plekjes van de tuin te blazen en daar te laten liggen. Dat je een winterdeken van blad niet op je gazon wilt hebben dat snap ik. Maar helaas zie ik maar al te vaak dat bladeren op grote hopen worden geblazen en dan alsnog worden verwijderd. Maar het goede nieuws is dat er steeds meer bewustzijn komt en de campagne #laatzeliggen wordt in België al door diverse gemeentes ondersteund maar krijgt ook in Nederland aandacht. Dit is een positief initiatief  waarbij aandacht voor gedragsverandering wordt gevraagd om blad te laten liggen.

Wat was ik blij verrast toen ik het idee van de Rotterdamse gemeentelijke bomenspecialist Ronald Loch zag. Ronald heeft bedacht dat een machine met een mulchdek op gazons ingezet kan worden om blad ter plekke te verkleinen. Hiermee zijn de bomen zeker gebaat zodat de kringloop van de voedselvoorziening voor bomen deels in stand blijft. Mijn collega Luuk Boender heeft in 2018 over dit onderwerp een onderzoek gepubliceerd waarin werd aangetoond dat deze methode zeker de moeite waard is. Deze actie is mede belangrijk omdat dit bijdraagt aan ons bewustzijn van de waarde van grondstoffen, blad is een grondstof en geen afval.

Andere vastgeroeste gewoonte is de manier waarop we met het beheer van bomen omgaan. Sinds de invoering van de zorgplicht en daaropvolgend de boomveiligheidscontroles zijn we compleet de ecologische waarden uit het oog verloren. Ons gehele boombeheer is mens en risico georiënteerd. Wat voor mij een sterke indicator is of een gewoonte diep zit ingesleten, is als ik luister naar ons taalgebruik. Zo hebben we het bij de boomveiligheidscontroles over ‘gebreken’. Gebreken zijn holtes, afgestorven takken, ingerotte wonden, schimmels, insecten, spechtengaten en zo is een nog veel langere opsomming te maken. Maar laten we nou eens omdenken, voor mij zijn dit geen gebreken maar waarden, 100% natuurwaarden. Neem nou het fascinerende biotoop van microschimmels die in mos op een stam van een beuk groeien, de waterplekjes die in holtes ontstaan en waaruit vogels  kunnen drinken, het rottende hout wat een groeiplaats biedt aan een door een vogel achtergelaten hulstbesje welke uitgroeit tot een miniatuurplantje. Holtes die een huis bieden aan zoogdieren en vogels, daarnaast afgestorven takken die krioelen van de insecten. Helaas kennen we hier  nauwelijks waarde aan toe maar weten we  ze wel te bestempelen als gebreken. Het meest ultieme maar ook meest trieste voorbeeld van het doorgeslagen veiligheidssyndroom is voor mij een beuk van 151 jaar in Mill die enkele jaren geleden geveld werd omdat er dode takken in zaten. In een emotioneel artikel heb ik mijn gevoel over deze kapitale vergissing beschreven waarbij tot op de dag van vandaag, als ik langs de eens zo fraaie plek kom, ik nog steeds mijn bloeddruk op voel lopen. Tijdens presentaties is de beuk uit Mill een dankbaar voorbeeld en ook dan stuwt het mijn gemoed naar een zekere hoogte.

Ik snap dat we als eigenaar verantwoordelijk zijn voor onze bomen, dat we in een stedelijke omgeving risico’s moeten beheersen. Maar er is één stelregel die ik in deze graag mag gebruiken. De veiligste boom is geen boom. Oftewel we schatten naar eer en geweten de veiligheid van een boom in, echter is het een natuurproduct die anders dan voorspeld kan reageren en dat hebben we te accepteren. Ik denk dat het tijd wordt dat we niet alleen maar focussen op de veronderstelde gevaarzetting bij het beoordelen van boomveiligheid maar dat we de natuurwaarden een belangrijke(re) plaats gaan geven. Er zijn teveel natuurwaarden waar we volledig aan voorbij gaan. Het kan niet zo zijn dat we deze waarden allemaal maar negeren en ons alleen maar richten op de veiligheid van een overstekende vliegenzwerm op een mooie zomeravond. Kan die afgestorven tak niet op de weg vallen, laat deze dan zitten, een boom weet hiervan veel meer biotopen te creëren dan een takken versnipperaar met dikke accupack en een silent blaaspijp. We zijn met zijn allen goed om de prijs van bomen te bepalen in aanschaf en onderhoud maar zijn we ook goed om de natuurwaarden te bepalen van afgeworpen blad en afgestorven takhout?

We kennen van alles de prijs maar van weinig de waarde.

Wil je een bericht ontvangen als een nieuwe blog is geplaatst? Meld je hier aan.

Aanmelden mailinglijst
Deze website maakt voor een optimale werking gebruik van cookies. OK Toestaan Weigeren Lees voor meer informatie onze privacyverklaring privacy Cookie instellingen